Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 2 (1799).pdf/355

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

ik haar: "Dat myne geheele verlegenheid daar in bestond, op welke gepaste wyze ik aan haar betuigen zoude, hoe zeer ik van haare edelmoedige goedheid doordrongen was." Ik voegde 'er by: "Dat JOANNA, die my zoo dikwerf het leven had doen behouden, zekerlyk myne onöphoudelyke liefde verdiende, maar dat myne dankbaarheid niet minder duurzaam zyn zoude omtrent iemand, die my in de mogelykheid stelde, om eene jonge vrouw van zulke groote verdiensten van de slavernye vry te koopen;" en ik eindigde, met aan deeze Mevrouw te kennen te geven; "Dat ik voor het tegenwoordige niet het minste gedeelte van die somme zoude aanraken, maar dat ik des anderen daags de eer zoude hebben haar wederom te zien;" en oogenblikkelyk vertrok ik.

Ik was zoo dra niet t'huis gekomen, of ik verhaalde JOANNA, het geen 'er was voorgevallen. Zy smolt dadelyk in traanen weg, en riep uit: "Gado sa bresse da woma! God zegene deeze vrouw." Zy hield aan, dat ik haar aan Mevrouw GODEFROY verpanden zoude, tot dat de geheele somme aan dezelve zoude zyn te rug gegeven. JOANNA verlangde wel vuuriglyk, om haaren zoon vry te zien; maar zonder de voorwaarde, door haar opgegeven, weigerde zy vol-