Aboma doodde. Ik vond aldaar den Bevelhebber, die my zeer vriendelyk ontfing, en gereed stond om des anderen daags te vertrekken. Nooit zag ik de soldaten zoo bemoedigd, noch zoo stipt den dienst waarnemende. Zy wierden door verschillende beweegredenen aangezet: de één, door het vermaak om te vechten; de ander door een geest van wraakzucht tegen de muitelingen; zommigen, die de bedaardsten waren, door de hoop van deezen oorlog te zien eindigen; anderen eindelyk hadden verdriet in een leven, dat door een gestrengen dienst en door ziekten beurtelings wierd afgewisseld, en verlangden, om een roemryk einde aan hunne elende te maken; want 'er is geen ongelukkiger leven, dan dat van een soldaat of matroos, die aan vochtigheid, of aan de hette van eene brandende zon, in het midden van eindelooze bosschen, onder den zonne-keerkring gelegen, by aanhoudenheid is blootgesteld.
einde van het tweede deel