Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 3 (1800).pdf/104

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

en brood. Na het eindigen van deezen maaltyd, vervolgden wy onzen weg, en wy kwamen wederom in een moeras, of liever in een modderigen vyver, welks oppervlakte te zwak was om ons te dragen. De donkerheid van den nacht overviel ons, en wy waren genoodzaakt aldaar te verblyven. De soldaten hingen hunne hangmatten aan de boomen, de eene boven de andere; de slaven maakten houtvlotten, op welken zy het kruit, de krygsbehoeften, enz, nederzetten, en zy zelven gingen leggen slapen.

Den 26sten, vertrokken wy, een uur voor het aankomen van den dag, maar na dat de Colonel SEYBOURG in zyne hangmat koffy gedronken had, terwyl al het volk, tot hun midden toe in het water staande, op hem wagtte, en wy gingen eerst west-, vervolgens noord-westwaarts. Onze tocht was zoo moeielyk en verveelend, dat verscheiden slaven hunne pakken lieten vallen, waar door dezelve deels nat wierden, deels verloren geraakten. Eindelyk, na eene andere verlatene legerplaats, te zyn doorgetrokken, hielden wy stil aan het oude cordon, of den weg, die op andere wegen uithep, alwaar ik dadelyk het spoor der muitelingen ontdekte, geduurende dat ik aan de Cottica het bevel voerde. Wy sloegen aldaar ligte hutten op, om onder dezelven den nacht