Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 3 (1800).pdf/131

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Colonel SEYBOURG afgezonden met de weinige manschappen, die in staat waren op te trekken, en, in dit oogenblik, door honger en ellende geperst werdende, op 't punt waren om hunne eigene Officiers aan te tasten. Gebrek hebbende aan het geen zy boven alles waardeerden, tabak namelyk, rookten zy graauw papier, en kaauwden bladeren en leder, om by hun de plaats van deeze plant te vervullen[1]. Niemand ondertusschen leedt toen meer dan ik. Van levensmiddelen en kleederen ontzet, was ik uitgehongerd en naakt. Zedert het leggen in hinderlagen, en den tocht naar de Peréca, had ik een zweer aan den linker voet. Ik had geen één vriend onder het geheele leger meer overig, van wien ik de minste hulp verwagten konde. Tot overmaat van ellende was het weinige bloed, dat my nog overschoot, geduurende twee nachten agter elkander, door het Guiaansche Spook of Vampire, byna geheel en al uitgezogen. Ik geraakte in myne hangmat buiten my zelven, en kwam niet weder tot kennis, dan met een zoort

  1. Alle de Matroosen, Soldaten en Negers zyn zeer ongelukkig, wanneer zy gebrek aan tabak hebben. Dit houdt hen, zoo zy zeggen, wel te vreden, en zommigen zouden liever gebrek aan brood hebben.
    Aanteek. van den Schryver.