afwezigheid van veertien dagen, te rug, met zig brengende eene vrouw van de muitelingen, met haaren zoon, omtrent agt jaaren oud zynde, welken men op een klein veld, met bittere maniok beplant, gevangen genomen hadt. Dit ongelukkig schepzel was zwanger en zeer verschrikt; maar de Major, die een menschlievend en gevoelig mensch was, behandelde haar met goedäartigheid. Hy had echter op eene ongelukkige manier een Corporaal verloren, SCHOELAR genaamd, en een Zee-soldaat, genaamd PHILIP VAN DEN BOSCH, die onvoorzigtiglyk maniok-wortels gegeten hebbende, vergiftigd waren geworden, en den zelfden nacht in verschrikkelyke stuiptrekkingen en pynen stierven. Het geneesmiddel tegen dit vergift, is, zoo men zegt, peper van Caijenne in eenig geestryk water; maar de Major konde toen noch het een, noch het ander bekomen.
Onze gevangene verhaalde ons, dat die arme uitgehongerde Neger, dien wy gevonden hadden, ISAAC genaamd was, en dat men hem voor dood had laten leggen; zy verklaarde daarënboven, dat Capitain ARICO eene nieuwe verblyfplaats aan de zee-kusten had opgericht, waar aan hy den naam van Fissy-Hollo gegeven had; dat BONNY de gestrengste krygstucht onder zyn volk onderhieldt; dat hy eene zoo onbepaalde oppermacht oeffende,