doch deeze geheel naakt, en buitengemeen gezwind zynde, had het geluk gehad te ontsnappen.
Voor het Hof van Justitie wierd bewezen, dat de eerstgemelde door de muitelingen met geweld was weggevoerd; dienvolgende kreeg zy vergiffenis, en keerde, benevens haaren zoon, met blydschap naar de Plantagie van haaren meester te rug. Het is opmerkelyk, dat, toen dit kind voor de eerste keer een paard of een koe zag, hy daar voor zoo beängst was, dat hy in zwaare stuiptrekkingen viel; bovendien konde hy niet veelen, dat hem een blanke aanraakte; want tot hier toe had hy geene menschen van die kleur gezien, en hy noemde hen altyd Yorica, het welk, in de taal der Negers, den Duivel beteekent.
Omtrent op deezen zelfden tyd, dreef het ligchaam van eene Zee-koe, of Manati, in het water, dicht by den wachtpost van Jerusalem. De slaven zwommen 'er dadelyk naar toe, de één met snoeimessen, de ander met gewoone messen, en allen bragten zy 'er stukken van mede voor hun middagmaal. Eindelyk trokken zy het dier, het welk reeds aan het rotten was, op 't land. Het was zestien voeten lang; en bestondt uit eene zeer groote en ongeschikte klomp vet, waar van het agterste gedeelte puntsgewyze liep naar eene vleeschachtige, breede en rechte staart. Deeze Zee-koe