Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 3 (1800).pdf/165

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

maribo. Deeze vrouw in haare zwangerheid verre gevorderd zynde, gelastte de heer VAN DER MEY aan zyne dienstboden, om hen beiden aan zyn huis te brengen, en hun eene afzonderlyke kamer, en alles wat zy noodig hadden, te geven; vervolgens wenschte hy hun goeden avond. De Indiaansche vrouw beviel dien zelfden nacht; en des anderen daags morgens, toen de dienstboden kwamen, om hun den dienst van hunnen meester op nieuw aan te bieden, vonden zy noch den man, noch de vrouw. Deeze waren voor het aankomen van den dag vertrokken, om met hun kind gerustelyk naar het bosch te rug te keeren[1]. Men maakte toen verscheiden gissingen omtrent die zoo hoog geroemde oprechtheid der Arrowoukas; maar na verloop van agttien maanden, kwam deeze zelfde Indiaan den heer VAN DER MEY weder opzoeken, met zig brengende een schoon jongman, tot het geslacht der Accawaus behoorende, dien hy in een gevecht gevangen genomen had[2]. Hy

  1. Ik heb reeds gezegd, dat de Indiaansche vrouwen zonder smart kinderen baaren.
    Aanteek. van den Schryver.
  2. Dit is onder hen zeer zeldzaam, want 'er is geen vreedzamer volk, dan zy.
    Aanteek. van den Schryver.