Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 3 (1800).pdf/176

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

raal WASHINGTON, welke ik zonder bedenken weigerde.

Den 18den February, wierden onze soldaten, moedeloos zynde, weder naar Maagdenberg gezonden; een groot gedeelte bleef steeds aan de Java-kreek. Onze Officiers waren toen zoodanig te onvreden, dat één van hun, FISHER genaamd, twee maalen, daags na elkander, een tweegevecht hieldt, en aan zyne beide tegenpartyen, zynde Officiers van 's Compagnies krygsvolk, gevaarlyke wonden toebragt.

Dewyl ik nog niet hersteld was, bleef ik eenigen tyd langer te Paramaribo. Ik zag aldaar ten huize van den heer REYNSDORP, eene Portugeesche Jodin, die haare kinderen in den Christelyken Godsdienst opvoede; terwyl van eenen anderen kant, de Opzichteresse van zeker Godshuis dagelyks ongelukkige slaven liet geesselen, om dat zy, zoo ze zeide, Heidenen waren. Zy veröordeelde onder anderen eene arme Negerin tot vier honderd geessel-slagen, welken deeze, zonder eenige klagten te uiten, ontfing.

Maar laten wy van dit onäangenaam onderwerp afstappen; en liever, dewyl zig daar toe thans eene geschikte gelegenheid opdoet, den lezer een korten staat opgeven van den koophandel en innerlyke waarde deezer Volkplanting, alwaar zoo veel