Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 3 (1800).pdf/197

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

de hand houdende, en praatten al lachende, in de nabyheid van een bed met bloemen, geplant aan den oever eener beek van vlietend en helder water, waar in zy zig als Syrenen indompelden, toen zy de bladeren van het geboomte hoorden ritselen. Ik liet haar het stil genot der onschuldige vermaken van het bad, en ik wagte het eetens-uur af, doorwandelende intusschen de beplantingen van boomen, die met vruchten beladen waren, en de bloem-tuinen, langs wandeldreeven van schoon rivier-zand. Ik zag in deeze tuinen meer Europeesche planten, dan ik dagt, dat 'er onder den zonne-keerkring waren, als kruis en munt, venkel, salie, rozemaryn, heidens wond-kruid, jasmyn, kruidje roer my niet; granaatboomen, rozenboomen, vygenboomen, en zelfs eenige wynstokplanten. De vygen waren van eene fraaije karmosyn kleur van buiten en van binnen, en de rozen van eene bleeke roode kleur. 'Er waren ook op deeze zelfde plaats eenige schoone pyn-appelen, en meloenen, waar van ik iets zeggen zal, schoon zy vry algemeen bekend zyn. De Koning van alle vruchten, ananas, of pyn-appel genaamd, groeit aan het einde van een stam, van

    en inzonderheid de Mulatten en Quarteron-Negers eene zeer frissche kleur.
    Aanteek. v. d. Franschen Vert.