Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 3 (1800).pdf/198

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

eene zee-groene kleur, en agt duimen lengte hebbende, die zig uit het midden-punt van een fraay heester-gewas van de zelfde kleur verheft, welks langwerpige, effene, puntige, en van zeer harde stekels voorziene bladeren, op eenen kleinen afstand van den grond, in de rondte geschaard zyn. De gedaante der vrucht is ten naasten by die van een pynappel; dezelve is geheel en al met vierkante schubben bedekt, en van eene fraaije orange of goud kleur. Eene bos met bladeren, naar die der plant gelykende, maar echter veel kleiner, geeft 'er eene kroon aan, en in den grond gestoken zynde, koomt 'er, na verloop van agtien maanden, een andere ananas uit voort. De uitgelezene smaak, en de lekkere geur van deeze vruchten, zyn zedert byna een halve eeuw zoo bekend, dat ik 'er alleenlyk van spreek uit hoofde van derzelver overvloed in Guiana. De verschillende zoorten van gewoone ananassen groeien aldaar uit de natuur; en op verscheidene Plantagiën dienen zy aan de geringste dieren tot voedzel.

De Muskaat- en Water-Meloenen wassen ook overvloedig in dit Land. De eerste is volstrekt rond, van de grootte van een kleine hoed, met ribben, en van een buffels kleur, orange en groen. Derzelver vleesch is geel, vast, sappig, zacht, en van een lekkere geur.