De Water-meloen is van eene eironde gedaante. Derzelver schil is zeer effen, en gedeeltelyk van eene schitterende groene, gedeeltelyk van eene bleeke buffels kleur. Het vleesch van deeze meloen is roodachtig, van eene waterachtige en zachte zelfstandigheid, van een zeer zoeten smaak, van eene uitmuntende geurigheid, en zeer verkoelende. Deeze meloenen zyn een zoort van komkommers, en groeien aan het einde van zwaare steelen, met breede bladeren, die den grond bedekken. Het is merkwaardig, dat de Water-meloen, welke men, zonder eenige schadelyke gevolgen, in alle zoorten van ziekten eeten kan, het best word voortgeteeld in een droogen en zandachtigen grond.
Omtrent te deezer tyd zond ik eene fraaije verzameling van Surinaamsche Kapellen aan den heer REIGERSMAN in Holland. Deeze insecten zyn alhier zeer talryk, en zeer verschillende. Verscheide lieden, die hun werk maken om dezelven te vangen, scheppen 'er behagen in. Maar het denkbeeld, om een enkel levendig insect op een blad papier vast te maken, was voor my te weinig bekoorlyk, om ze zelf te gaan vangen.
Ter zelfder tyd wierden de Capitains VAN GEURICK en FREDERIK, vergezeld van den Sergeant FOWLER, naar de Oucas- en Sarameca-Negers afgezonden, om van hun eenige hulp te-