Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 3 (1800).pdf/201

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

men doen, en de noodige gelden daar toe bezat, bedankte ik om deeze blyk van des Gouverneurs goedheid aan te nemen.

Den 26sten, bevryde ik eene arme Negerin, die een douzyn porcelein theegoed gebroken had, van eenige honderde geesselslagen, door het zelve te vergoeden. Dien zelfden dag wierd ook eene andere Negerin door een Franschman vermoord, die zulk eene scherpe knaging over zyn wanbedryf gevoelde, dat hy zig den hals afsneed; een Opzichter, die hem behulpzaam geweest was, hing zig zelven op. Na aan den armen Neger, wien men, uit kragte van een vonnis, het been had afgezet, een bezoek gegeven te hebben, maakte ik my gereed om naar mynen vierden veldtocht te vertrekken. Terwyl ik de toebereidzelen daar toe maakte, zag ik zes Neger-slaven by my binnen treden, beladen met geschenken, welken my myne vrienden zonden, en bestaande in al het beste, het geen Guiana voortbrengt. Ik moest het bevel aan de Commewyne op nieuw op my nemen.


*