water uitsteken; men hecht dezelven te zamen door een anderen stok, die zoo lang niet is, en aan het geheel de gedaante van een galg geeft, boven welke de buigbaare stok door middel van deszelfs dubbele lyn en kleinere stokken wordt heen getrokken, maar echter zoo gemakkelyk, dat op de minste beweging, de geheele toestel uit elkander geraakt; en deeze buigbaare stok zig dan van zelf opheffende, hangt de visch, die met het aas gevangen is, aan een haak in de hoogte.
De tweede manier, Mansoa genaamd, gelykt veel naar de voorgaande. Men werpt eene kleine biezen mand, die als een broodsuiker gemaakt is, in het water, aan welkers punt men den buigbaaren stok vast maakt, terwyl het ander einde even als een val open blyft, wordende het geheel door een gespleten stuk hout in een rechten stand gehouden. Men doet ook een kleinen visch in deeze mand; en zoo dra dezelve door een grooter visch is ingeslokt, sluit de val of ingang van de mand zig agter hem toe. Dit zoort van vischvangst verschilt daar in van de andere, dat men geen haak noodig heeft. Deeze oordeelkundige manieren kunnen een denkbeeld geven van de slimheid der Negers. Dezelve zyn daarom te nuttiger, dewyl zy geen tyd doen verliezen, en men des anderen daags den visch gevangen vindt; zyn-