Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 3 (1800).pdf/249

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Schoon ons verblyf in Surinamen eenigen tyd verlengd wierd, konde onze dienst aldaar aan de Volkplanting van weinig nut meer zyn. Ons getal was byna tot niet versmolten, en hoe zwak het ook was, toen wy op nieuw ontscheepten, deedt men, op den 1sten Augustus, nog negen Officiers, en meer dan één honderd zestig ongeneeslyke of zieke soldaten, naar Holland vertrekken. Ik had toen de koorts, en de Colonel gaf my dienvolgende verlof om mede scheep te gaan; maar ik weigerde zulks, besloten hebbende, om, zoo mogelyk, het einde van deezen tocht te zien. Ik maakte echter van deeze gelegenheid gebruik, om eenige geschenken aan myne vrienden in Europa te zenden, bestaande in twee fraaije Papegaaijen, in twee Aapen van een zeer merkwaardig zoort, in eene voortreffelyke verzameling van fraaije Kapellen, in drie kistjens met ingelegde fruiten en vleesch, welken ik aan boord van het Schip Paramaribo deed brengen, en aan de zorge van den Sergeant FOWLER aanbeval, die ongelukkiglyk één van de zieken was, welken men naar Amsterdam zond.

De Majoor MEDLAR, die door vermoeienis ten eenemaal was uitgeput, vertrok toen ook naar Holland. Ik nam in zyne afwezigheid zynen post waar, en ik wanhoopte niet, om zelf t'eeniger