den dood deeden verkiezen boven de vernedering en de ellenden der slavernye. By verscheiden gelegenheden van dien aart, heb ik andere slaven op de kniën zien vallen, en hunne meesters smeeken, dat zy de taak van den gevangen Prins of hoogen persoon by hunne taak voegen wilden; het geen men hun zomtyds toestond, en zy bewezen hem bestendiglyk den zelfden eerbied, als of hy in zyn eigen Land was. Ik herïnner my, dat ik eens, om my voor een oogenblik te dienen, eenen Neger gehad heb van een zeer goed voorkomen, en die kortlings ontscheept was, wiens gewrichten aan de handen en enklaauwen door ketenen ontveld waren. Ik vroeg 'er hem de reden van. — "Myn vader", antwoordde hy my, "was Koning, en wierd door de zoons van een nabuurig Vorst verraderlyk vermoord. Zynen dood trachtende te wreeken, ging ik met zommigen van de mynen dagelyks ter jagt, in de hoop van zyne moorders te ontmoeten; maar ik had het ongeluk om verrast en geketend te worden; van daar komen die schandelyke lidteekens, welken gy ziet. Men verkocht my vervolgens aan uwe landgenooten op de kust van Guinée, eene straf, die voor verschrikkelyker gehouden wordt, dan de dood zelve".
De geschiedenis van mynen Neger QUACO was