Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 3 (1800).pdf/303

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

fynste Hollandsche linnen. Zy zyn zoo heet op het danssen, dat ik hun van zaturdag's' avonds ten zes uuren tot maandag 's morgens met het opkomen van de zon, zonder ophouden den trommel heb hooren slaan; hebbende zy alzoo met danssen, zingen, schreeuwen en handgeklap, zes-en-dertig uuren doorgebragt. De Negers danssen altyd paar aan paar; de mans maken de figuren en teekenen de passen af; de vrouwen draaijen, houdende haaren kleinen rok als een zonnescherm uitgespreid. Zy noemen deezen dans waey-cotto. De jonge lieden, die rusten, schenken den drank in; de meisjens moedigen de danssers aan, en droogen het zweet aan het voorhoofd van hunne onvermoeide musikanten af.

Het is verwonderlyk, om de orde en goede verstandhouding, die op deeze dans-partyen heerschen, te aanschouwen. Het vermaak in het danssen is het waare en eenige voorwerp; en de Negers, ik moet dit herhalen, zyn 'er zoo verhit op, dat ik 'er één, die kortlings ingevoerd was, en geene dansseres had, twee uuren lang heb zien staan kyken naar zyne schaduw, welke zig op den muur vertoonde.

Indien men by al het geen ik van het lot der Negers, die aan eenen goeden meester onderworpen zyn, gezegd heb, nog voegt, dat zy zig