Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 3 (1800).pdf/331

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

liggen op het bed, het welk geheel bebloed was. De beide slaven gaven bericht van dit voorval, en kregen last om het lyk uit het vengster te gooijen; maar noch de eigenaar, noch de eigenaresse, en zelfs geen ander mensch, wilde, eer dat ik kwam, in de kamer gaan, schoon dezelve anderzints aangenaam en gemakkelyk was. Het geen de meesters van den huize in deeze omstandigheid het meest verschrikte, bestond daar in, dat hun geliefd kind in dezelfde kamer sliep, waar dit voorval gebeurde, maar zy stelden zig spoedig gerust, toen zy vernamen, dat aan het zelve niets was wedervaren.

Ik had nog geen veertien dagen op deeze Plantagie doorgebragt, toen eene slavin, YETTEE genaamd, naakt wierd uitgekleed, en door twee sterke Negers op eene verschrikkelyke wyze gegeesseld. De uitvoering der straf geschiedde voor de deur van 't huis, en de ongelukkige had de huid byna geheel ontveld. Haare misdaad bestond in gezegd te hebben:

"dat haare meesteresse eenige schulden had, zoo wel als zy". Vyf dagen daar na verwierf ik echter, dat de ketenen, die men haar aan de voeten, en boven de lendenen had vast gemaakt, wierden weggenomen: maar zekere Mevrouw VAN EYS, voorgewend hebbende, dat deeze slavin haar onbeschoft had aangekeken, was