Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 3 (1800).pdf/343

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

lynregten stand doen houden, ten einde ik my daar aan vast hield, en hy dezelve, wanneer ik 'er op sloeg, naar zig toe zoude haalen; maar de Neger, my kwalyk begrypende, maakte met die roeyriem zulk eene geweldige beweging, dat ik naar den grond zonk. Ik kwam niet weder boven, dan omtrent in het midden van den stroom, en bereikte den oever niet dan met zeer veel moeite.

Den 20sten, bevel ontfangen hebbende om naar Gado-Saby te trekken, vertrok ik des morgens ten zes uuren, aan het hoofd van twee Lieutenants, drie Sergeanten, zeven Corporaals en vyftig soldaten, zonder een Heelmeester en den Neger, GOOSSASY, dien wy in drie of vier uuren kwyt raakten, daar by te rekenen. Wy sloegen ons neder aan de oevers van de zelfde Cassipory-Kreek, zonder meer dan zes mylen ten westen van derzelver mond te hebben kunnen voorwaarts komen.

Den 21sten, vorderden wy zeven of acht mylen noordwaarts, en wy vonden geen enkelen drop water, om den hevigen dorst te lesschen, die ons allen verslond. Wy waren te midden van het saisoen van droogte, waar van de hitte dit jaar brandender was, dan ooit.

Toen onzen weg veranderd, en denzelven