Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 3 (1800).pdf/36

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

waarts wy heen trokken,) verjaagd mogten worden, eene zaak, welke zy dagelyks te gemoet zagen, zedert dat dezelve door den dapperen MEYLAND was ontdekt geworden. Deeze groene manden, welken de Negers warinbos noemen, waren gemaakt van biezen, die met palmboom-bladeren konstig waren in één gevlochten. Ons volk dezelven met den sabel hebbende open gehakt, kwam 'er de zuiverste en schoonste ryst uit, die ik in myn leven gezien heb; maar men strooide ze overal heen, en trad ze met de voeten, want wy hadden geene gelegenheid om ze mede te nemen. Korten tyd daar na ontdekten wy eene ledige barak, waar in de muitelingen een wachtpost geplaatst hadden, om hen van alle gevaar te verwittigen; maar de lieden, die deeze wacht uitmaakten, waren met den meesten spoed weggevlucht. Wy verdubbelden toen met yver onze schreden tot op den middag, wanneer wy eene uitgezette wacht van den vyand ontmoetten, tweemaal vuur hoorden geven, het welk een met BONNY overëengekomen teeken was, om hem onze aannadering te berigten. De Major MEDLAR, ik zelf, met eenige soldaten van de voorhoede, en eene kleine krygsbende van Neger-Jagers, trokken voor uit, en wel dra kwamen wy op een schoon veld, met ryst en Indisch kooren bedekt.