Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 3 (1800).pdf/51

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

en verkiezen naakt te loopen in eene luchtstreek, alwaar de hitte de ligtste kleeding tot een last maakt.

Zy zouden varkens en gevogelte kunnen aankweken, en jagt- of wacht-honden leeren; maar zy vreezen, dat het geluid van deeze dieren, en vooral het gekraay der haanen, het welk men van zeer wyd af in het bosch kan hooren, de plaats van hun verblyf ontdekken mogten.

Toen de muitelingen van deezen oord verjaagd of geslagen scheenen, hieldt de Colonel FOURGEOUD zig bezig met den oogst in den omtrek te vernielen. Ik ontfing bevel om met vier-en-twintig Zee-soldaten, en twintig Jagers, een begin aan deeze verwoesting te maken. Dienvolgende deed ik al de ryst, die in de opgemelde velden in overvloed groeide, afmaaien. Ik ontdekte vervolgens een derde land, zuidwaarts van het eerstgemelde gelegen, om het welk te verwoesten, ik insgelyks bevel gaf; en ik gaf daar van bericht aan den Colonel FOURGEOUD, die my toescheen uittermaten voldaan te zyn. Des namiddags wierd de Capitain HAMEL met vyftig Zee-soldaten en dertig Neger-Jagers afgezonden, om de plaatsen, agter het gehucht liggende, te onderzoeken, en, zoo mogelyk, te ontdekken, hoe de muitelingen het maakten, om door een moeras