verzamelplaats te Barbacoeba te kennen, als mede de legeringen in de twee nachten, die op ons vertrek van deezen post gevolgd zyn.
Nº. 4, beteekent de plaats, alwaar wy in den nacht van den 17den, het schieten en schreeuwen der muitelingen hoorden.
Nº. 5, de plaats, alwaar de Neger-Jagers zig by ons voegden.
Nº. 6, de plaats, alwaar wy gelegerd lagen, des nachts voor dat het gevecht voorviel.
Nº. 7, den oever van het moeras, van den kant, alwaar de manschappen van den Capitain MEYLAND hunne nederlaag ontmoetten.
Nº. 8, den voorpost der muitelingen, van waar de eerste snaphaan-schoten voortkwamen.
Nº. 9, de vlakte, met ryst en Indisch koorn bezaaid, welke wy zonder tegenkanting bezetten.
Nº. 10, de doortogt of engte, alwaar het vuur begon.
Nº. 11, de schoone vlakte, met ryst bezaait, alwaar het gevecht meer dan veertig minuuten duurde.
Nº. 12, het gehucht Gado Saby, in brand, en op eenigen afstand te zien.
Nº. 13, de plaats, van waar de muitelingen op ons leger schooten, en in den nacht van den 20sten met ons spraken.