Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 3 (1800).pdf/75

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Alle menschen zyn by geluk zoo verregaande ongevoelig niet, als onze Colonel, want dien zelfden dag zondt de braave Mevrouw GODEFROY een vaartuig, waar in een vette os, oranje-appelen en bananen voor de arme soldaten geladen waren, en die vervolgens onder hen verdeeld wierden. Des avonds van dien dag, ontfing ik een weinig voorraad, en eenige flessen Porto-wyn, welken JOANNA my toezondt. Zy had eene veel grootere hoeveelheid afgezonden, maar dezelve was gedeeltelyk gestolen, en gedeeltelyk bedorven. Dit maal gaf ik niets aan den Colonel.

Wanneer ik van voorraad, in een dergelyk geval ontfangen, spreek, bedoel ik suiker, thee, koffy, Bostonsche bischuit, een kaas, rhum, een ham, of eenig gezouten vleesch, alles in eene kleine hoeveelheid, want één slaaf kon de in de bosschen geen zwaarder vracht dragen, en het was ons niet geöorloofd 'er twee te gebruiken. Onder de behoeften telde men ook hembden, koussen schoenen; maar deeze twee laatstgemelde artikelen waren voor my van geen nut, zedert dat ik de gewoonte had aangenomen om blootsvoets te gaan. Reeds zedert twee jaaren had ik my hier aan gewend: ik bevond 'er my wonder wel by, en wenschte 'er my zei ven geluk mede, vooral wan-