oranje-kleurig vleesch, ter dikte van een halve duim, en van een alleraangenaamste zuure smaak, omgeven is. Men zamelt deeze nooten zeldzaam op; men wagt, dat de appelen ryp afvallen. De Indianen laten dezelven in water uitweeken, en maken 'er op die wyze een lekkeren en gezonden drank van.
De Colonel FOURGEOUD zondt ons te water een bode, die den 21sten aankwam, met bericht, dat het alarm-geschut[1] zig van den kant van de Peréca had laten hooren. Wy trokken dadelyk de Cottica over, op welkers westelyken oever de Jagers en eenige zee-soldaten last hadden, in eene hinderlaag te gaan leggen, in de hoop van den te rug tocht der muitelingen af te snyden, wanneer zy deeze Rivier weder met hunnen buit zouden over trekken. Den zelfden namiddag wierdt 'er een Neger van de muitelingen gezien, een groene mand dragende, die de reuk van den tabak geroken hebbende, eensklaps stil stondt, en den zelfden weg te rug keerde. Een Jager en ik schoten
- ↑ Men schoot het kanon af by het aannaderen van het gevaar; de nabuurige Plantagiën herhaalden telkens de schoten; het alarm verspreidde zig dadelyk van wederzyden der Rivier, en de hulp kwam van alle toeschieten.
Aanteek. van den Schryver.