Deze pagina is proefgelezen
van derzelver breedte, alle welke met de omringende en uit waterende vaarten gemeenschap hebben: en op die wyze geschiedt de droogmaking van den grond, als mede van de afgedeelde stukken, die men, even gelyk in alle andere droogmakingen, van 30 tot 30 voeten maakt.
Wanneer eene Suiker-Plantagie, of andere, van eene zekere uitgestrektheid is, zyn 'er twee uitwaterende sluizen noodig, één aan elk uitëinde van het voorste gedeelte des lands: men legt ook nog een derde aan den ingang van de groote vaart, dienende tot een bewaarplaats van water, om, wanneer men wil, het water in alle de grachten te kunnen laten inloopen: en deeze sluis zet men open, wanneer het buiten-water te hoog is.