Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 4 (1800).pdf/237

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Twaalf der voornaamste belanghebbenden, die de bewerkers van deezen aanslag waren, gedroegen zig in de Volkplanting, welkers bloei zy verpligt waren geweest te bevorderen, op zoodanig eene wreede manier, als uit dit verschrikkelyk voorval bereids te voorzien was. Zy deeden aan één van hun, ISAMBERT genaamd, die, benevens drie anderen, zig van het gezag geheel had willen meester maken, het hoofd afslaan. Zyne medepligtigen wierden naar een onbewoond Eiland ver-

    werd BIET door een zeer sterk geraas ontwaakt; en op het zelfde oogenblik hoorde hy een geroep: Werp dien schurk in de zee. Willende zien wat 'er gaande was, wierd hy te rug gestooten. Kort daar op deeden hem de moordenaars by hun komen. Hy beklom de hut, en schrikte op het zien van het bed van den Generaal, geheel met bloed besmet, en waar op twee bebloede baijonnetten lagen. Men verklaarde aan den Zendeling, dat de deelgenooten raadzaam geöordeeld hadden zig te ontdoen van eenen man, die het voornemen had hen allen van kant te helpen. BIET ging heen; maar des anderen daags liet men hem wederkomen, hem aanzeggende, dat hy den dood van den Generaal aan al het scheepsvolk zoude hebben bekend te maken. De Geestelyke was 'er zeer verlegen mede. Hy besloot echter te gehoorzamen, maar hy deed zulks, zonder den gepleegden moord te rechtvaardigen.