Beladen met het geen zy in de Zuid-Zee geroofd hadden, vestigden zy zig te Cayenne, en het belangrykste was, dat zy besloten hunne schatten tot den landbouw te besteden.
Zy scheenen denzelven met nadruk te willen voortzetten, en Cayenne was vry wel bevolkt, toen DUCASSE in 1688, aldaar aanlandde, met oogmerk, om Surinamen te vermeesteren en te plunderen. De natuurlyke lust der Kapers herleefde, de nieuwe Colonisten werden wederom Kapers, en hun voorbeeld lokte byna alle de inwoonders uit.
Deeze onderneming was niet gelukkig, uit hoofde van de weinige voorzorgen, die men genomen had, om de aankomst deezer vloot voor de Hollanders, welken men voornemens was te overrompelen, geheim te houden. Men vondt hen overal in staat van verdediging. Een gedeelte der aanvallers sneuvelde; anderen wierden gevangen genomen, en naar de Antillische Eilanden gezonden, alwaar zy zig nedersloegen. De overigen gingen wederom te scheep. Zedert dien tyd heeft de Volkplanting veel moeite gehad, om het verlies van haare inwooners te herstellen. Het scheen zelfs, dat zy byna geheel in vergetenheid geraakt was, tot in 't jaar 1763, wanneer de Fransche