Regeering haar een nieuwen luister trachte te geven.
Frankryk ontdeed zig van de akeligheden van eenen schandelyken oorlog. De gesteldheid der zaaken had de Regeering genoodzaakt, om, met opöffering van verscheiden gewichtige bezittingen, den vrede te koopen. Het scheen insgelyks noodzakelyk, om de natie, zoo wel de geledene rampspoeden, als de misslagen, die dezelven berokkend hadden, te doen vergeten. Men wendde haar oog af van de Volkplantingen, die zy verloren had, om het zelve te vestigen op Guiana, het welk, zoo men zeide, zoo veele rampen vergoeden moest.
Dit was het gevoelen niet van hun, die van den staat der zaaken het best onderricht scheenen. Eene Volkplanting, zedert anderhalve eeuw opgerigt, in een tydstip, dat de gemoederen op groote ondernemingen verhit waren; alwaar burger-twisten, noch vreemde oorlogen aan het aangelegde werk geen nadeel hadden toegebragt; die van de weldaaden der Regeering en het voordeel van den koophandel nimmer was verstoken geweest; alwaar de voorraad van voortbrengzels altyd zeker geweest was: — deeze Volkplanting was niet noemenswaardig. De ellende en vergetenheid was haar deel geweest, zelfs in het tydstip, dat de Fran-