sche bezittingen in America door haaren luister en rykdommen, de oude en nieuwe weereld verbaasden. Haare gesteldheid was zelfs van dag tot dag verërgerd. Hoe kon men hopen op die groote vooruitzigten, welken men 'er van gaf? Deeze aanmerkingen wederhielden de Regeering niet. Om het verlies van Canada te vergoeden, wilde men in Guiana een vry volk vestigen, dat door zyne eigene kragten in staat zoude zyn, om aan vreemde aanvallen het hoofd te bieden, en geschikt, om door den tyd andere Volkplantingen, wanneer de omstandigheden zulks vorderden, te hulp te komen.
Dit werk wierd bestuurd door eenen arbeidzamen Staats-Minister. Als een verstandig Staatsman, die de veiligheid niet aan de rykdommen wilde opõfferen, was zyn doelwit, een bolwerk op te rigten tot verdediging der Fransche bezittingen. Als een gevoelig Wysgeer, die de rechten van het menschdom kent en eerbiedigt, wilde hy deeze vruchtbaare en onbebouwde streeken door vrye menschen bevolken. Maar men voorzag alles niet. Men vergiste zig met te gelooven, dat Europeanen onder de gezengde luchtstreek de vermoeijenissen zouden doorstaan, die tot den aanleg en zuivering van onbebouwde landen verëischt worden, en dat menschen, die in de hope van een