en die alle nayver in hun uitdoofde, had te Cayenne hun tot eene zwervende en ongebondene hoop volks gemaakt; byna geen enkele onder hun was of tot den landbouw, of tot eenig handwerk geschikt.
"De middelen, die men wel eer te werk stelde, met oogmerk om hen nuttig te maken, hebben het kwaad nog verërgerd. De Gouverneurs hebben gemeend de vrygelatenen te moeten beschouwen als lieden, die verpligt waren op het eerste bevel op te trekken. Dienvolgende waren alle de manspersoonen boven de veertien jaaren, getrouwd en ongetrouwd, landbouwers, werklieden, of andere, zonder onderscheid, begrepen onder eene zoogenaamde Compagnie Jagers, zonder soldy, staande onder bevel van een zeker zoort van Officiers, maar die ook geen soldy trokken, nog eenigen rang hadden. Deeze ongelukkigen, verpligt om op het eerste gegeven sein op te trekken, hebben zig, uit dien hoofde, nimmer op eenen vasten voet kunnen nederzetten, trouwen, zig tot eenig vast handwerk begeven, en nog minder zig op den landbouw toeleggen. Den dienst, die hun bevolen werd, zeer slecht uitvoerende, alleenlyk betaald wordende voor de dagen, dat zy werkelyk dienst deeden, hadden