Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 4 (1800).pdf/314

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

drie en negentig ponden, en daar het gevolgelyk zwaarder is, dan eene gelyke hoeveelheid water, zoo dryft het zelve niet.

Echter is 'er nog eene zoort tusschen de eerste, die tot niets dient, en de andere, die ongemeen hard is. Deeze zoort van hout is vast, en minder moeielyk om te bewerken. Hier toe behooren het acajou-hout, het violetten- of amaranthus-hout, het zwart ceder-hout, het geel ceder-hout, het wyfjes roozen-hout, enz, enz. Dit hout weegt van veertig tot zeventig ponden de vierkante voet, en dryft by gevolg op het water. Het is tot onderscheidene gebruiken in den zee-scheepsbouw geschikt.

Onder deeze onderscheidene zoorten van hout zyn 'er, die eene bittere of speceryachtige hoedanigheid hebben, die de insecten en zee-wormen, voor de schepen zoo verderffelyk zynde, verdryven. 'Er zyn wederom anderen, die in het water versteenen, en in het zelve nimmer vergaan. Men ziet 'er in de bosschen van Guiana, die door ouderdom, of eenigen stormwind omgevallen, een reeks van jaaren lang, de guurheid van het weder, en eene byna aanhoudende vochtigheid hebben doorgestaan, zonder dat zy daar door verder, dan in het spint, bedorven waren.

Men heeft ligtvaardigryk en zonder onderscheid