Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 4 (1800).pdf/66

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

pompende blyven. Kort daar na deeden wy de gewoone groete aan het Hollandsch Fregat de Alarm, het welk ons zulks wederkeerig bewees.

Den storm eindelyk ophoudende, peilden wy negen vademen water. Maar de wind eensklaps noord-oost-waarts draaijende, dreeven wy den mond van het Kanaal in, tot des morgens van den 21sten, wanneer, ten half twee uuren, het andere schip een schot deed, om ons te berigten, dat de vuurbaak der Sorlings Eilanden in het gezicht was; en des morgens ten vier uuren kwam 'er een loots aan boord.

Op de hoogte van Douvres eene stilte van agten-veertig uuren gekregen hebbende, zagen wy eerst den 27sten de Hollandsche kust. Dien zelfden dag kogten wy beste visch, ons door eene Scheveningsche pink aangebragt, en wy onthaalden 'er al het volk op, schoon nimmer een schip beter van voorraad voorzien was.

Ons geduurende den nacht van de wal afhoudende, kregen wy eindelyk Kykduin en den Helder in 't gezicht. Den 28sten, des morgens ten drie uuren, wierpen de beide schepen het anker op de rheede van Texel, na negen kanon-schoten gedaan te hebben.

Den 30sten, in de Zuiderzee het kleine Eiland Urk voorby gezeild zynde, geraakten de beide