Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 4 (1800).pdf/67

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

schepen, het voor den wind hebbende, van zelf op het Pampus, eene zeer groote zandbank, met water overdekt, niet verre van Amsterdam afgelegen, en aan deeze Stad tot een natuurlyke wal ter beschutting tegen alle buitenlandsche vyanden dienende. Alle schepen moeten daar over heen gaan, of tusschen beiden door geleid worden; en dit laatste middel verkozen wy.

Eenige Noorweegsche schepen kwamen te gelyker tyd met ons aan. Allen, die zig op dezelven bevonden, zaten in hun hembd op het dek, en waren nat van het zweeten, terwyl wy in mantels gedoken waren, en gevoerde mutsen op het hoofd hadden, om ons tegen de koude te beveiligen.

De stad Amsterdam zond thans eene groote meenigte ververschingen aan boord, dezelven aan de verlossers eener Volkplanting aanbiedende, by welke zy een zoo merkelyk belang had. Het volk van onze beide schepen, op 't punt zynde van hunne nabestaanden en vrienden weder te zien, was opgenomen van vreugde. Men moet echter daar van een enkelen uitzonderen, die thans van zyn geluk verstoken was.

Den 3den Juny, ging ons volk over op zes kleine vaartuigen, waar mede zy naar ’s Hertogenbosch werden overgevoerd, eene Stad, alwaar