Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 4 (1800).pdf/68

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

men deeze krygsbende voltallig maakte, en dezelve in bezetting hield. By het ontschepen begroetten ons onze schepen met negen kanon-schoten, en wy beantwoordden hen met een driewerf geroep van Hoezée. Wy namen den weg over Saardam, Haarlem en ter Goude, welke plaatsen ik zeer fraay vond: ik bewonderde vooral de geschilderde glazen van de hoofdkerk der laatstgemelde stad. Maar de inwooners, die, door nieuwsgierigheid gedreven, ons in meenigte omringden, scheenen my toe een wonderlyk slag van menschelyke wezens te zyn, met lappen bekleed, en door de gaven der natuur zeer weinig begunstigd. Het was tegen dit volk niet alleen, dat ik zulk een vooröordeel had; alle de Europeanen hadden by my een gelyk voorkomen, wanneer ik ze vergeleek by de geenen, die ik verlaten had, by die menschen, wier oogen vol vuur zyn, de tanden zoo wit als ivoor, en de huid steeds van eene ongemeene zindelykheid glinsterende. Intusschen dagt ik niet aan het buitengewoon voorkomen, het welk wy maakten, wier taanige kleur door de zon verbrand was, en die, door zoo veele ellenden en vermoeijenissen uitgeput, niets meer dan wandelende geraamten waren. Ik zoude 'er kunnen byvoegen, dat wy zoo lang in de bosschen geleefd hebbende, geen ander voorkomen dan van