Pagina:TDKGM 01.032 (3 3) Koleksi dari Perpustakaan Museum Tamansiswa Dewantara Kirti Griya.pdf/1

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


Na al dit zakelijke stel ik er prijs op je te verklaren dat ik geen ogenblik eraan heb gedacht jou van je landgenooten los te maken. Hoe ik het bedoelde, moge in het voorgaande duidelijk genoeg zijn uiteengezet.

Dit moet mij echter van het hart, en gun mij zonder rancune mijn openhartigheid: ik heb een gevoel, dat ik velen van je landgenooten niet vertrouwen mag, en dat het voor jou, als leider in Europa eener min of meer revolutionaire beweging, zeer onwenschelijk is je met al te persoonlijke banden aan je landgenooten te binden. Ik vrees dat er de bedoeling voorziet jou in kalme banen van gelijdelijkheid te brengen, laat ik maar zeggen: je tam te maken. Je oprecht van de tegemoetkomende houding, van de solidariteit, van de vriendschapsbewijzen, die je krijgt, en waardoor je je aan hen voelt gebonden. Zeg eens eerlijk: geeft dat je kracht, of verslapt het je? Noem je misschien niet ten onrechte "kracht" wat niets anders is dan het steunende gevoel, hoe anderen schoone plannen met je koesteren? Ik zeg niet, dat ze met jou niet het beste willen, maar willen zij ook wat voor jou en je beweging het beste is? Bindt je je misschien niet wat te veel aan je landgenooten, enkel en alleen omdat je steun bij hen vindt? En vindt je dien steun bij dat wat jouw wezen is? Kom jij, door je aldus aan die landgenooten te binden, dichter of verder van wat ik dan maar noemen zal: de geest van D.D.? Jij staat in deze zaken te ver boven je landgenooten, dan dat je je door hen den weg en de methode mag laten voorschrijven. Wanneer je dat laat doen uit de overtuiging van hun gelijk, dan heb ik er vrede mee. Maar jouw persoonlijkheid en jouw verleden geven je het recht en de plicht om zelf leidend te zijn. En het is een gevaar voor een leider, zich aan de anderen te binden alleen uit sympathie omdat ze iets voor zijn persoon doen, en uit dankbaarheid hiervoor. Sympathie en dankbaarheid zijn voor een leider geen deugden. Een leider moet in zijn leiderschap alleen staan, - al het andere gebruikt hij naar zijn inzicht.

Ik herhaal: het is niet mijn voornemen, noch ooit geweest, jou van je landgenooten los te maken, noch mijzelf bij je in te dringen. Maar ik meende , dat ik je dit moet