Pagina:Timm010zeer01 01 (1).pdf/6

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

neer en drinkt de helft van den versch ingeschonken inhoud.

Met lui gebaar gaat hij weer op de ladder staan en werkt voort, terwijl Symforosa breit.

Zij is stiller geworden. Ze vraagt zich af waarom hij haar zoo bezien heeft. Dat verwekt bij haar zulk een onnoembaar, vreemd gevoelen dat ze niet meer weet hoe ze hem aanspreken zal. Ze zoekt naar een goed woord, maar ze vindt het niet.

Er is stilte, het loopend windeken schudt van de regenbuis-toot een groote lek die plomp in het holle regenwatervat valt.

In het appelaarken zal er een merel gaan fluiten, maar een deur, die in de buurt wat te hard toeslaat, jaagt de vogel weg.

In het smalle, donkere "Hemdsmouwken" dat door den klimop-bespreiden muur van den hof gescheiden is, klinkt hol en metaalklinkend een rappe stap; en daar gaat het muurpoortje open, en juffrouw Begijn Muyshondt toont hare witte kap en hare groote, zwerte oogen. Ze knikt eens driemaal tot Symforosa, en vraagt dan aan Martienus, terwijl zij hem een ledig apothekersfleschken aanbiedt: "Zult ge nu dit fleschke eens aan den druivelaar hangen, druivenwater is zoo goed voor d'oogen!.... Juf-

6