Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/132

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

(112)



AGTTIENDE BRIEF.

(in den voorigen ingeſlooten.)

 Waardste Vriend!

Mijn brief van gisteren kwam te laat op den post, ik liet hem dus te rug haalen, om 'er deezen bij inteſluiten, dan hebt Gij twee brieven voor één geld, en hier zult Gij niets tegen hebben.

Van Oedenrode ſtapte ik eens op naar Zon en Breugel, en toen ik aan het wandelen was, wandelde ik al voord, gelijk U deeze brief zeggen zal.

De afſtand tusſchen deeze twee laatſte en het eerſte Dorp is ſlechts één en ééne halve uur. De weg naar Zon loopt voor het grootst gedeelte door eene hei, en echter is hij niet onäangenaam; want van Oedenrode naar Zon gaande ziet men lings Bosſchen, Velden, Akkers en hier en daar eene boeren- wooning; aan de regte hand heeft men eene groote heide, waarin een onäfzienbaare keten van Bergen ligt, welke, door de Zon beſcheenen, een trotsch en overheerlijk gezigt opleveren.

Te Zon (dit heb ik, zo ik wel onthouden heb,

reeds