Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/133

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 113 )

reeds in het voorige jaar U gemeld) heeft men den Hervormden Schoolmeester zonder reden afgezet, en eenen Roomſchen in zijne plaats aangeſteld, deeze is een domme, waanwijze en allerdweepzuchtigſte kaerel; hij ſtoort zich aan geene Wetten, maar laat de Jeugd in Roomſche boeken leeren. – Sedert zeer lange tijden heeft men hier de gewoonte gehad, dat de Schoolmeeſter 's morgens om agt en 's middags om twaalf uuren met een klein Klokjen luid, om de Menſchen, die op de Akkers, of ver van het Dorp, arbeiden, te waarſchuwen, hoe laat het is; deeze Roomſche Dweeper volgt hierin de gewoonte, die in Roomſche landen plaats heeft, hij klept naamlijk altijd eerst met drie tusſchenpoozen in den naam der Drieéénheid: klep, klep, klep! – klep, klep, klep! – klep, klep, klep! – en dan begint hij te luiden. – ô! Hoe dwaas, hoe bijgeloovig, hoe zot, hoe beuzel- en kinderächtig is dit niet!! – !!! – Aan het eene eind van dit Dorp ligt een Zerk, dien men den blaauwen Steen noemt; aan denzelven ſchrijft men eene bijzondere heiligheid toe, doch waaröm weet ik niet, ook bewijst men denzelven eene bijzondere eer, want als het hier Kermis is, gaat de Schutterij derwaards, trekt en ſchaart zich om denzelven, en doet eenige, ik meen drie, Salvo's ter eere van deezen dooden gevoelloozen Steen. – Is dit niet een bewijs van bijgeloovige dweepächtige wellevendheid. – Hier in dit Dorp heeft men in het voorleden jaar een huis gebouwd voor den Priester, het geen meer dan agt duizend

H
gul-