Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/134

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

(114)

guldens kost. Dit gebouw is wat prachtiger dan 'er ééne Wooning der Predikanten in de Majorij is, ſchoon men, zelfs in het openbaar, op de pracht der Predikants-wooningen zoo ſterk en haatlijk is uitgevaaren – maar deeze zijn ook Geuzen, en voor dezelven is zelfs het geringſte hutjen nog veel te goed.

Van Zon ging ik naar Breugel. Hier hebben de Roomſchen den Hervormden de Kerk ontnomen. Een bewijs dus van bijgeloovigen haat en vervolging.

Breugel verlaatende ſtapte ik naar Nunen. – Ik wandelde langs Hooidonk, een gehucht van weinige huizen, waar een Run- en Koornmolen op de Dommel ligt. Hier lag eertijds een Klooster, doch het is thands vervallen, echter ziet men 'er nog eenige Ruïnen van overig. Dit was een adelijk Klooster van reguliere Nonnen van den Regel van Augustinus, zijnde geſticht 1146.

Vervolgends ging ik langs Nederwetten, een klein ellendig Dorpjen, waar de Roomſchen zich ook de groote Kerk toegeëigend hebben. Ik liet ook Gerwen, het geen onder Nunen behoort, aan mijne linke zijde liggen, want 'er is niets bijzonders te bekijken, doch ook hier heeft men zich meester gemaakt van de Hervormde Kerk.

Van Nunen moet ik U, behalven het geen ik U in het afgeloopen jaar verhaald heb, nog zeggen, dat men aldaar, wijl de Kerk door den blikſem gedeeltelijk was ingeſtort, een ander klein Kerkjen ten gebruike der Hervormden wilde gebouwd hebben; doch dit zou ten laste der

Tiend-