Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/149

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 129 )

Behalven allerlij Vruchtboomen, welke men hier in de Tuinen aantreft, als: den Wijnſtok; de Appel- Peeren- Pruimen- Kersſen- Aprikoozen- Perſiken- Moerbezieën- Mispelen- Kornoeljen- Kweepeeren- Okkernooten- Hazelnooten- en Kastanjenboomen; enkele Vijgen- Amandel- en Oranjeappelboomen, vind men hier in het Wild: den gewoonen Eik (Quercus); den Veer- of Steenëik (Robur); veelerlij ſoorten van Pijn- en Dennen-boomen; den Lorkenboom (Larix); den Esch; Els; Olm; IJp; Mai- en Haagbeuk; Berk; Wilg; wilden Kastanjen-boom (Castanea Equina); den Lindenboom; verſchillende ſoorten van Populieren, als: den gemeenen (Populus vulgaris); den Zwarten (Populus nigra); den Kanadaſchen (Populus Americana); den Lombardijſchen (Populus Itala); den witten of Abeel (Populus alba); den Esp of Ratelaar (Populus tremula). Men ziet hier ook den wilden Kersſenboom, met lekkere zwarte of ook wel roode Vruchten, en den Hulst (Ilex aculeäta baccifera). Deeze laatſte behoort eer onder de Heestergewasſen, doch ik heb hier al vrij groote Boomen van die ſoort aangeproffen, even daaröm reken ik hem ook onder de Boomen, zoo wel als den Ievenboom (Taxus), dien men hier al vrij hoog, vooräl op Buitenplaatzen, vind; bij dezelve ziet men ook enkele Oosterſche en. Westerſche Ahornen (Platanus Oriëntalis et Occidentalis) en den Treurwilg (Salix Oriëntalis flagellis deörſum pulcré pendentibus). De meesten deezer Boom-ſoorten worden ook wel

ge-

I