Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/160

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 140 )

of tweemaal in het jaar bij hunne Gemeente rond, om het geld, dat zij van elk Lidmaat (in de Majorij zegt men Communicant) hebben moeten, optehaalen. Een zeker Priester, dien ik U niet noemen wil, kwam bij zulk eene gelegenheid bij eene zeer behoeftige Vrouw, deeze verzekerde hem, dat zij niets had, om hem te geeven; doch hij wierd hieröver zeer te onvreden, zocht zelfs het geheele hutjen door, maar hij vond niets en ging al grommende en knorrende heenen. – Deeze beide Priesters leeven nog, mijn Vriend! en wat dunkt U van dezelve? Zijn zulke handelingen niet onvergeeflijk, ja zelfs verfoeilijk? te meer, dewijl deeze beide Snaaken eer onder de meer – dan min-vermoogende luiden moeten gerekend worden.

Deeze gierigheid is ook de oorzaak, dat zij den Kinderen zoo vroeg hunne Belijdenis afneemen. Als een Kind twaalf jaaren bereikt heeft, dan word het Communicant, en dan moet voor hetzelve ook jaarlijks aan Heeröom betaald worden. Men vraagt 'er niet naar, of een Kind van dien ouderdom in ſtaat is, om zich juiste begrippen van God en Godsdienst te kunnen vormen. – ô Neen! maar men rekent op deeze wijze: een Kind van twaalf jaaren moet zijn Belijdenis afleggen, dan betaalt het alle jaaren zoo of zoo veel. – Hierbij ſchiet mij iets te binnen, dat ik niet vergeeten moet. Als een Kind zijne les in den Katechismus niet wel geleerd heeft, en het dezelve bij den Priester niet van buiten kan opzeggen, word het door den Priester op zijne

knieën