Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/161

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 141 )

knieën voor het Lieve-Vrouwen-beeld gezet met uitgerekte armen; ſomtijds geeft hij het ook wel eens in iedere hand eenen ſteen, en in deeze houding moet het, ten ſtraffe zijner domheid, eenige Pater-nosters bidden. Deeze ſtraf noemt men rekken. Meer dan eens zag ik deeze ſtraf uitöefenen.

Nog iets van de Priesters. – Een Man, wiens Vrouw overleeden is, mag Priester worden, zelfs dan wanneer hij Kinderen bij zijne Vrouw verwekt heeft, doch met deeze bepaaling: zo zijne Kinderen Zoontjens zijn, kan en mag het geſchieden, maar heeft zijne Overleedene Echtgenoote hen een Dochtertjen gebaard, dan is het hem niet geöorlofd, om Priester te worden, – Is dit niet ſchrander? Is 'er meer heiligheid in gelegen, wanneer men Vader van een Jongetjen dan van een Meisjen is? dit ſchijnt zoo te weezen, want waaröm maakt men anders dit onderſcheid. Ik beken gaarne, dat ik deeze heiligheid niet kan vatten, de Roomſchen echter zijn hierömtrent veel ſchranderer dan de Geuzen – zelfs ſchrander tot in het belagchlijke. – – Ik heb een Vers gezien, dat vervaardigd was bij gelegenheid, dat een Man, die getrouwd was geweest, en bij zijne Overleedene Vrouw een Zoontjen had, Priester wierd, en zijne eerſte Misſe las. Hetzelve is een tijdvers, doch allerrampzaligst. Zie! hier is dat ſchoone vers:

gIJ engeLen Van Deeze eerste MIs
zIngt nU VerheUgt gLorIa In eXCeLsIs.

Ten