Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/174

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 154 )



DRIE-EN-TWINTIGSTE BRIEF.

 Hooggeschatte Vriend!

Misſchien is deeze de laatſte brief, dien Gij van mij uit deeze Stad ontvangen zult, misschien volgt 'er nog één dit zal afhangen naar maate ik mij hier langer of korter ophoude, want morgen of overmorgen denk ik te vertrekken, veelligt blijf ik nog wel eenen dag langer. In deeze letteren zal ik U het een en ander opgeeven, waarömtrent ik in mijne voorige Reize gedwaald heb; dit afgehandeld zijnde, ſchrijf ik ook nog οver wat anders.

Het oudſte Huis deezer Stad is niet het Gewand-huis, maar een ander het Haazewindjen genoemd. Het Gewand- of Laken-huis (het Hoogduitsch woord Gewand betekent Laken ook een Kleed) is zeer oud, en wierd geſticht, om in hetzelve wolle Lakenen te verkoopen; niemand, wie hij ook ware, Man of Wijf, Klerk of Leek mogt eenige wolle Lakenen binnen 's Bosch koopen of verkoopen als in dit Huis, op ſtraffe van eene zwaare boete, gelijk blijkt uit het Handvest van Hertog Jan III, ghegeven tot Brusſel des Sondaeghs nae die Octaven van Derthiendagh in den jaere ons Heeren 1329. – Ik heb hier derhalven eenen misſlag begaan, noemende dit

Huis