Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/176

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 156 )

geſchreeven heb. – Masius was de vierde Bisſchop deezer Stad, de Eerſte Bisſchop Franciscus Sonnius wierd in 1562. hier aangeſteld. Macius ſtierf in het jaar 1614. Onder zijn Beeld, op zijne Tombe, leest men het volgend Latijnsch Grafſchrift:

Omnia mors æqueat.
Hic iacet
Quem Bommelia mundo protulit
Ducis-sylva infula excepit
Mors virtutibus canisque auctum intercepit
Quid hic triumphas Germana somni
Ille tibi reddidit quod debuit
et quod non debuit
In patriam transtulit.

G. Macius was een geleerd Man, maar tevens bitter Paapsch en vervolgziek. – Hij hield eene Redevoering over de noodzaaklijkheid van het leezen der H. Schrift; deeze Redevoering, een ſtuk, dat zeer zeldzaam maar der leezing overwaardig is, wierd in 1630. overgezet en gedrukt. Zijne onverdraagzaamheid blijkt uit het volgend geval: Eene oude Vrouw van tagtig jaaren, die agttien jaaren eene Hervormde Lidmaate geweest was, wierd ziek; Masius hoorde dit, ging naar haar toe, en wilde haar den gewijden Ouwel toedienen; zij weigerde dien, en ſtierf: hieröp liet hij het Lijk van het Bed rukken, den Dorpel opgraaven, hetzelve 'er onder doorhaalen, naar de Markt ſleepen, en eindelijk in eenen kuil onder

de