Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/177

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 157 )

de Galg ſmijten. – Zou men dit wel van eenen Bisſchop, die het leezen van den Bijbel aanprees, verwacht hebben. – ? – Al het overige, dat ik U van deezen Bisſchop geſchreeven heb, is waarheid, uitgenomen het geen ik omtrent het Kasteel van Geldorp gemeld heb, dat hij zich aldaar, bij den overgang van 's Bosch in 1629, in ſtilte zou opgehouden hebben, dit zal dus thuis gebragt moeten worden op den zesden Bisſchop dier Stad: M. van Ophoven, deeze leefde in dien tijd. Toen deeze Stad aan de Staaten der Veréénigde Nederlanden overging, moesten alle Geestlijke Mansperſoonen dezelve binnen twee maanden verlaaten; dit ſteunde, op den tweeden Artikel van het gemaakt verdrag tusſchen den Prins Fredrik Henrik, en de Geestlijkheid, Magiſtraat en Burgerij van de Stad 's Hertogenbosch, dus luid dezelve: "En dat alle Geestlijke en Religieuſe Mansperſonen zullen uit de Stad vertrekken binnen den tijd van twee maanden, mits middeler tijd zich gedraagende naar de Plakkaaten van den Lande, en zullen met zich moogen neemen hunne Meubilen, Beelden, Schilderijën en andere Kerklijke Ornamenten." – Zoo dat naar alle waarſchijnlijkheid, indien het waar is, dat op het Kasteel van Geldorp zich een Bisſchop in stilte heeft opgehouden, dit op M. van Ophoven moet toegepast worden. Ik voeg hier, als in het voorbijgaan, nog bij: dat dit Kasteel zeer veel geleden heeft door de verwoestingen van den befaamden Marten van Rossem. De Geldorpenaars kunnen nog hunnen verfoeilij-

ken