Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/181

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 161 )

niet voor hun geheel leven aangeſteld? Moest dit verdrag dus niet gehouden worden? Had men hen, ten minſten hun geheel leven lang, dat Voorrecht niet moeten laaten genieten? Heeft men niet veel menschlievender gehandeld met de Roomſche Geestlijken? Liet men hun hunne inkomſten niet behouden ook na den overgang van 's Bosch? – ô ja!! – Ik vind onder de ſtukken, die, bij het verdrag van de overgave van 's Hertogenbosch, den 14 September 1629 getekend, toegeſtaan zijn aan de Roomſchen, het volgende, Art. 3 en 4.: "Dezelve Geestlijke en Religieuſe Perſoonen zullen genieten hun leven lang geduurende, alle de inkomen en vruchten van hunlieder goederen, gelegen op Plaatzen, waar men Contributie betaalt. – Alle Nonnen en Geestlijke Vrouwperſoonen zullen binnen de Stad moogen blijven, en haar leven lang geälimenteerd worden uit den inkomen van haare reſpective Conventsgoederen." – Had men ook op deeze wijze met de Hervormde Leeräaren in de Majorij gehandeld, ô! hoe zouden zich deeze ongelukkige luiden verheugd hebben, daar zij nu integendeel zitten te zuchten, en met benaauwde harten hun aanſtaande lot ten gemoete zien, want hunne kleine Gemeenten kunnen hen niet onderhouden. – Moet dan de Hervormde Godsdienst in deeze Gewesten geheel uitgeroeid worden? Is dit niet de wensch van alle Roomſche Majorijënaars? Hebben zij dit niet dikwijls met woorden en daaden, waar zij maar konden, ge-

toond??

L