Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/190

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 170 )

te hebben. Ik weet zelfs, dat de Roomſchen uit Holland hunne Kinderen derwaards zenden, om in het Monniken-Latijn onderweezen te worden, want het Latijn op eene Hervormde School geleerd, deugt in het geheel niet. – Zoo vergaat het bitter Bijgeloof!!

Op ſommige Dorpen heeft men de gewoonte, om op het Feest der onnoozele Kinderen, den 28 van Wintermaand, de kleine Kinderen te kleeden met de Klederen hunner Ouderen, en dan zijn de Kinderen dien geheelen dag Meester in Huis, hunne Ouderen moeten hun dan gehoorzaamen. Het ſtaat zeer belagchlijk, om een Kind met eene groote Paruik van zijnen Vader, of met een Jak, Schortelkleed en Beugeltasch der Moeder te zien pronken. – Ook zijn 'er Dorpen, waar de Schoolkinderen op den dag van St. Thomas, den 29 van Wintermaand, den Meester uit de School ſluiten. Komt de Meester aan de deur, dan houden de Kinderen zich, als of zij hem niet kennen, willen de deur niet openen, voor hij aan dezelve het een of ander belooft, om 'er hen op te onthaalen. Dit is zeker eene naar volging van de ongeloovigheid van den Apostel Thomas. Voorheen waren zulke zaaken, als ongeöorlofd, met recht verbooden, thands echter beginnen alle bijgeloovigheden hoe langer te meer het hoofd op te ſteeken.

Op alle Dorpen word het Feest van St. Nicolaas gevierd. Op eenigen derzelven rijd één, ſomtijds twee Menschen op één Paard, dan rond; zij zijn zeer mislijk ſomtijds zelfs afſchuwlijk

uit-