Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/194

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 174 )

wijl 'er bij zulke gelegenheden, door het ſchieten met eenen half dronken kop, of anderzints, veele ongeregeldheden konden gepleegd worden. Tegenwoordig kruipen alle die gebruiken weder langzaamerhand in dit Land in.

Eindelijk moet ik hier nog een dwaalgevoelen bij voegen, het geen niet alleen onder de Roomſchen in de Majorij, maar zelfs bij Proteſtanten plaats grijpt. Men denkt als men Knollen zaait met eenen Noorden Wind, dat dezelve in Slooren of Wilde Koolen veränderen. Welken invloed de Noorden Wind op het Zaad kan hebben, om 'er eene geheele andere ſoort van Plant, dan waarvan hetzelve getrokken is, uit voord te brengen, kan ik niet begrijpen. Vraagt men, hoe zulks mooglijk kan weezen, dan is het antwoord: dat weet ik niet, maar het is toch zóó!

Nadat de Onbekende mij alle deeze Stukjens verhaald had, voegde hij 'er met een gelaat, welks trekken geheel veröntwaardiging tekenden, het volgende bij: "Men moet zich bedroeven, zoo dra men zijnen voet op den Majorijſchen grond zet, en aldaar maar een weinig de levens- en denkwijze der Roomſchen doorziet. Waarlijk! als ik denk, dat wij reeds aan het einde der XVIIIde Eeuw, die van veelen de Verlichte genoemd word, gekomen zijn, dan krimpt mijn geheel hart weg van weedom, vooräl als ik deeze verlichting op de Majorij toepas, en overweeg hoe weinig derzelver Inwooners in kunde enz. gevoorderd zijn. Men

"moet