Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/200

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 180 )

opgegeeven door den geenen, die hem dit Vat vertoonde, – Is het een Doopvont, Wat betekenen dan de mismaakte Beelden op den voet van denzelven? – Bij J. van Oudenhoven, Beſchrijving van 's Hertogenbosch, (dit Werk kwam de Reiziger eerst onlangs in handen) lees ik in de verbeterde uitgaaf van 1670., Bl: 96. het volgende: "Anno 1492. heeft Mr. Aert, Geelgieter van Maastricht, den koperen Vont gegooten, wegende aan koper 2594 pond, een zeer kostlijk Werk, dat in Nederland zijns gelijken niet heeft."]

"Bladz. II. noemt UE: Masius den laatſten Bisſhop van de Stad, dit is niet naauwkeurig. Na Masius, die den 11 Junij 1614 overleeden is, zijn nog Bisſchoppen geweest: Nikolaus Zoesius en Michaël Ophovius, welke laatſte de poincten van Verdrag, bij de overgifte van de Stad, mede ondertekend heeft, gelijk UE. zien kan bij van {{sc|Heurn} IV. 297. [en bij Oudenhoven l. l. 229]. Ophoven, is opgevolgd door Josephus de Bergaigne, na wiens dood, overmits de tusſchenkomst der Munſterſche Vrede, geene Bisſchoppen van 's Bosch meer verkoozen zijn, maar alleen Vicarisſen Generaal. Men kan van het een en ander breeder berigt ontvangen bij Foppens in Historia Episcopatus Sylvaducenſis. Pag. 98. ſeqq:". [De Reiziger had dit ten deele in den drie-en-twintigsten Brief van zijne tweede Reize aangetekend, eer hij deeze zeer naauwkeurige Verbeteringen ontvangen had, doch

niet