Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/219

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

(199)

in het midden van het Dorp gelegen is, en ook om dat men gelooft, dat de Stichteres St. Oda, op eenen heuvel, achter die Kerk begraaven ligt; zoo dat zij 'er denklijk eene meerdere heiligheid aan toe ſchrijven. Zij gaan ook op dien heuvel zeer dikwijls hunne devotie openlijk verrichten, hoe zeer dit door de Decreeten en de Conſtitutie verbooden is. – Ik moet hier bijvoegen: dat ik eenige jaaren geleeden te Keulen zijnde in de Kerk, alwaar de beeneren van [St. Ursula en van] de elf duizend Maagden bewaard wierden, mij bericht wierd, dat 'er die van St. Oda ook onder waren; waar de echte zijn, moogen zij onderling uitmaaken, ik geloof – op geene der twee Plaatzen!

[Dezelfde opmerkzaame Onbekende heeft mij ook het volgende van woord tot woord medegedeeld:] Met de Kerken [in de Majorij] is het in het algemeen dus gelegen. – De Nuntius van den Paus heeft eene order aan de Vicarii gezonden, welke inhoud: "dat overäl, waar de Gereformeerde Kerken in handen der Roomſchen zijn, en 'er reeds wezenlijke Dienst in gedaan word, dat zal blijven voordduuren, tot dat 'er een Paus zal gekoozen zijn, wiens uitſpraak men daaröver moet afwachten, maar dat alle anderen, waar in nog geen Dienst gedaan is, moeten blijven in statu quo, en 'er ook geen Dienst in mag gedaan worden, hoewel de Gereformeerden die hebben overgegeeven." Zij zijn hier over zeer onvergenoegd. – Ik voor mij geloof, dat de knoop hier zit, naam-

lijk:
N4