Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/223

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

(203)

grond; dit alles en dergelijke baldaadigheden geſchiedden zonder gevolg zoo lang, tot dat, de Kerk door de Roomſchen genaast zijnde, de Hervormden in eene Kamer bij den Schoolmeeſter hunnen Godsdienst verrichteden, en nu rust genieten.

Te Heeze heeft men den ouden braaven Schoolmeester aan de Kapel (te Heeze zijn twee Schoolmeesters), zonder eenig recht of reden, afgezet. Denklijk is zijne eenige misdaad, dat hij een Hervormde is; want alle beſchuldigingen, tegen hem ingebragt, heeft hij ten vollen wederlegd. – In 1795. den 3 Februarij, wierd alhier de Kapel der Hervormden geplunderd; veele banken en eene tafel in ſtukken gebroken; de Zitkusſens (twee uitgezonderd) aan flarden geſneeden en geplukt; twee Arm-zakjens vernield enz. de Boeken ontkwamen het gevaar, wijl zij opgeſlooten waren. Braave Roomſchen verklaarden hunne afkeuring, anderen integendeel bewimpelden het. – In de groote Kerk wierd nu en dan wat weg gebroken en geſchonden; den Lezenaar van den Voorleezer heeft men verbroken; in den Predikſtoel zijn gevoeg gedaan, als ook in het portaal van de Kerk. – Deeze Kerk ſtaat thands altijd open, dewijl 'er zich niemand meer mede bemoeit, ten ſchande van iederen redenlijke Voorbijganger, die de moeite neemt, om deeze geſchondene Kerk te beſchouwen.

De Kerk der Hervormden te Helmond is thands in het bezit der Roomſchen. De eerſten verrich-

ten